klantlogo

3.3 Technische Architectuur

Laatst gewijzigd door Gebruiker afgeschermd op 23-03-2026 11:01:03

Geen acties beschikbaar

  1. Het applicatielandschap ondersteunt zaakgericht werken als primaire werkvorm.
  2. Voor dezelfde functionaliteit wordt in beginsel een oplossing gekozen.
  3. Standaardoplossingen gaan voor maatwerk.
  4. De VTH-oplossing is een centrale schakel in een breder applicatie- en integratielandschap.
  5. Hergebruik van bestaande of gezamenlijke oplossingen gaat voor nieuwe aanschaf, en nieuwe aanschaf gaat voor zelf ontwikkelen als de functionaliteit gelijkwaardig beschikbaar is.

Voor FUMO betekent dit dat het applicatielandschap niet moet groeien als verzameling losse oplossingen, maar als een samenhangend geheel met een duidelijke kern en duidelijke schillen daaromheen. De kern ondersteunt zaakregie, dossieropbouw en ketenlogica. Daaromheen bevinden zich vakspecialistische applicaties, gegevensvoorzieningen, ketenvoorzieningen en generieke werkplekdiensten. Deze ordening is nodig om vervanging, beheer en doorontwikkeling beheersbaar te houden.

Referenties:

  1. FUMO - Over de FUMO
  2. Ontwikkelaarsportaal Omgevingswet - API-register

  1. Koppelingen worden ketenbreed ontworpen en integraal getest.
  2. Wijzigingen in koppelingen worden meegenomen in release- en acceptatieprocessen.
  3. De architectuur ondersteunt een open en beheersbare integratielaag.
  4. Koppelingen zijn bij voorkeur gebaseerd op gestandaardiseerde API's en ZGW-patronen.
  5. Processtappen mogen buiten de VTH-oplossing worden uitgevoerd, mits uitkomst, status en logging aantoonbaar terugkomen.
  6. Integratie met landelijke en lokale voorzieningen volgt waar mogelijk een uniform koppelvlak, waarbij lokale variatie aan de zijde van de deelnemer of partner wordt opgelost.

Voor FUMO zijn koppelingen geen restcategorie tussen systemen, maar een wezenlijk onderdeel van de technische architectuur. De organisatie werkt in een keten met landelijke voorzieningen, deelnemers en vaksystemen. Als integraties ad hoc worden ingericht, ontstaan direct risico's voor beheer, ketentesten, gegevenskwaliteit en overdraagbaarheid. Daarom kiest FUMO voor integratiegerichte architectuur, met standaardkoppelingen waar mogelijk en beheersbare uitzonderingen waar nodig.

  1. SaaS is het uitgangspunt voor de primaire VTH-oplossing.
  2. Technische hosting en platformbeheer worden centraal en professioneel georganiseerd.
  3. Afhankelijkheden van niet-Europese partijen moeten expliciet inzichtelijk en beheersbaar zijn.
  4. Platformbeheer, technische security en monitoring worden in beginsel ingekocht.
  5. FUMO moet weten in welke jurisdictie gegevens, back-ups en herstelvoorzieningen zich bevinden.

De keuze voor ingekochte platformdiensten is voor FUMO een schaalkeuze en een beheerskeuze. De organisatie is te klein om alle technische infrastructuur duurzaam zelf op hoog volwassenheidsniveau te beheren. Tegelijk wil FUMO niet afhankelijk worden zonder zicht op continuiteit, beveiliging, dataopslag en exit. Daarom worden techniek en exploitatie waar passend ingekocht, maar blijven de toetsing op soevereiniteit, inrichting en overdraagbaarheid expliciet onderdeel van de architectuur.

  1. Leveranciers leveren een webbased, toekomstvaste en beheersbare oplossing.
  2. FUMO behoudt grip op functionele inrichting, gegevens, uitwisseling en overdraagbaarheid.
  3. Digitale soevereiniteit en exit-afhankelijkheden zijn expliciete toetsingscriteria.
  4. De technische inrichting moet passen bij mobiel en webbased gebruik in de dagelijkse uitvoeringspraktijk.

SaaS is voor FUMO geen modewoord, maar een praktische architectuurkeuze. Webbased en beheersbare oplossingen sluiten beter aan op tijd- en plaatsonafhankelijk werken, beperkte eigen technische capaciteit en de wens om sneller aan te sluiten op landelijke standaarden. Tegelijk vraagt SaaS om scherpere eisen aan gegevenspositie, koppelingen, auditability en exit-mogelijkheden. De technische architectuur maakt die voorwaarden expliciet.

  1. Werkplekdienstverlening ondersteunt tijd- en plaatsonafhankelijk werken.
  2. Kantoorautomatisering, identity, device-ondersteuning en generieke werkplekdiensten sluiten aan op de centrale architectuur.
  3. Werkplekdienstverlening ondersteunt zowel kantoorwerk als uitvoering in het veld.

Werkplekdienstverlening is voor FUMO niet los te zien van de uitvoering. Medewerkers werken in kantooromgevingen, in de keten en in het veld. Dat vraagt om een technische inrichting die niet alleen veilig en stabiel is, maar ook past bij mobiel werken, hybride samenwerking en verschillende vormen van toegang tot dezelfde informatievoorziening.

  1. Tijd- en plaatsonafhankelijk werken wordt ondersteund.
  2. Beveiliging, logging en beheerbaarheid zijn onderdeel van elk ontwerp.
  3. Architectuurkeuzes sluiten aan op landelijke bouwstenen en referentiearchitecturen.
  4. Autonome beschikbaarheid en herstelbaarheid zijn nodig omdat de oplossing bedrijfskritisch is.
  5. Besloten of extra beveiligde verbindingen worden toegepast waar risico, ketensamenwerking of gegevensgevoeligheid dat vereisen.

Deze randvoorwaarden maken duidelijk dat technische architectuur voor FUMO niet alleen gaat over componenten, maar over de betrouwbaarheid van de hele uitvoeringsketen. Beschikbaarheid, logging, herstelbaarheid en beveiligde verbindingen zijn daarmee randvoorwaarden voor bestuurbare uitvoering en niet slechts technische detailkeuzes.

Binnen de technische architectuur maakt FUMO expliciet onderscheid tussen:

  1. Applicatielaag:
    1. Functionele toepassingen.
    2. Integraties.
    3. API's.
    4. Koppelvlakken.
  2. Infrastructuurlaag:
    1. Hosting.
    2. Netwerk.
    3. Monitoring.
    4. Werkplek.
    5. Identity.
    6. Back-up en herstel.

Deze splitsing sluit aan op de gelaagdheid van NORA en helpt om functionele keuzes en technische exploitatie beter uit elkaar te houden.

Voor FUMO is deze scheiding praktisch noodzakelijk. Zonder dat onderscheid vervagen applicatiekeuzes, leverancierskeuzes, beheerafspraken en technische exploitatie in één discussie. Door applicatielaag en infrastructuurlaag afzonderlijk te beschrijven, wordt helderder welke keuzes voortkomen uit proces en informatie, en welke keuzes voortkomen uit exploitatie, continuiteit en security.

Beschrijf hier hoe technische doorontwikkeling plaatsvindt:

  1. Releasematig beheer.
  2. Projectmatige vernieuwing.
  3. Agile innovatie.
  4. Overdracht van project naar beheer.

Uitgangspunten:

  1. Releasematig werken is de standaard voor voorspelbare wijzigingen.
  2. Projecten leveren beheersbare oplossingen op die overdraagbaar zijn aan functioneel beheer.
  3. Innovatie is toegestaan, maar alleen binnen expliciete kaders voor veiligheid, beheer en architectuur.
  4. De oplossing moet kunnen meegroeien met nieuwe ketenregisters, informatieproducten en landelijke standaarden.
  5. Overdracht van project naar beheer is een expliciete eis en wordt niet als sluitstuk maar als ontwerpeis behandeld.
  6. Innovatie vindt in principe plaats los van de bestaande install base, zodat experimenten mogelijk zijn zonder ongecontroleerde impact op de productieomgeving.
  7. De overgang van innovatie naar project en van project naar beheer verloopt via een expliciet besluit- en toetsproces.

Deze driedeling in releasematig beheer, projectmatige vernieuwing en agile innovatie is voor FUMO fundamenteel. Zonder dit onderscheid worden kleine wijzigingen te zwaar, grote veranderingen te licht en innovatie te vrijblijvend. De technische architectuur ondersteunt daarom een model waarin iedere verandering een passende vorm krijgt, met expliciete overgangsmomenten naar beheer. Innovatie wordt bewust los van de bestaande install base gepositioneerd, zodat experimenten mogelijk zijn zonder de stabiliteit van de productieomgeving te ondergraven.

  1. FUMO voert zelf regie op informatiemodellen, dashboards, rapportages, GEO-toepassingen en informatieproducten.
  2. Technische componenten zoals platform, beheer, ETL of specialistische voorzieningen kunnen worden ingekocht.
  3. FUMO is als organisatie op de lange termijn kwetsbaar als deze ontwikkeling volledig zelfstandig wordt uitgevoerd.
  4. Daarom volgt FUMO actief landelijke ontwikkelingen en samenwerking binnen omgevingsdiensten, waaronder initiatieven vanuit ODNL of vergelijkbare samenwerkingsverbanden.
  5. Bij data, BI, GEO en toekomstige AI geldt daarom als uitgangspunt: zelf regie waar nodig, samenwerking zoeken waar mogelijk.

Deze lijn sluit aan bij de schaal van FUMO. Het is niet realistisch om alle technische componenten voor data, BI en GEO volledig zelfstandig te ontwikkelen en te beheren. Wel is het noodzakelijk dat FUMO zelf grip houdt op definities, gegevensmodellen, dashboards en informatieproducten. De technische architectuur kiest daarom voor een hybride model: technische voorzieningen inkopen waar dat logisch is, maar de informatiekundige regie binnen FUMO houden.

Referenties:

  1. ODNL - Omgevingsdienst NL
  2. FUMO - Over de FUMO

Weet u het zeker?

Annuleer
Huidig Id Gebruiker Tijdstip wijziging Opmerking bij versie
Je hebt niet de juiste rechten om bijlagen toe te voegen